donderdag 15 oktober 2015

Betoog onderwijssysteem.

Onderwijs moet met de wereld meegroeien.

De mens is verschillend, ieder heeft zijn eigen interesses en gedachten. Echter worden wij als leerlingen op school allemaal over één hekje getild. Wie niet voldoet aan de eisen, haalt het niet. De leerlingen beginnen te leven van toets naar toets, de interesse dwaalt langzaam weg. Men moet zich allen in dezelfde vakken bewijzen, bepaalde vakken worden maar gegeven. En dan in het derde jaar komt het dilemma, de leerlingen mogen hun profiel kiezen er is eindelijk iets meer keuze.
Schoolsystemen draaien op eisen van de overheid, wie niet aan de eisen voldoet haalt het niet. Maar is dit wel het optimale schoolsysteem? Kan men zich alleen maar laten zien door het maken van toetsen, zijn alleen cijfers maar belangrijk? Ik vindt dat leerlingen zich moeten kunnen ontplooien in wat zij interessant vinden en dat ze hun eigen mening moeten krijgen. Kortom ze moeten zich kunnen ontwikkelen in hun eigen interesses.

Het niveau van de leerling moet niet alleen worden gebaseerd op toetsen. De leerling moet beschikken over de mogelijkheid om een eigen mening te vormen, zich te kunnen verplaatsen in het onderwerp, de stof te begrijpen en van een leerling word verwacht dat deze een hoog leervermogen heeft. Door middel van een toets test je echter alleen of de leerling goed heeft opgelet in de les en de stof begrijpt. Echter blijft het een raadsel of de leerling een eigen mening kan vormen; je leest het boek de Mariken, kan je dan naast het verhaal te begrijpen ook een mening vellen over het gelezen boek? Hierbij doet ook de kunst om zichzelf te verplaatsen in een verhaal niet te min, een boek lezen en begrijpen is niet alles wat een goede leraar van je verwacht. Snap je waarom het gebeurde, waarom dit is geschreven en wat is het dieperliggende verhaal erachter?

School bestaat uit een reeks van vakken, die leerlingen allen moeten volgen. Leerlingen worden in een grote groep beoordeeld op hun kennen en kunnen. Hierdoor wordt van leerlingen geëist zich te vervormen naar een systeem. Maar is dat in deze tijd nog wel toelaatbaar? Leerlingen verliezen hun interesse en ze krijgen ook de kans niet te laten zien wat hun talenten zijn. Men wordt geacht alles uit boeken te leren. Zoals ieder mens verschillend is, is ook ieders talent verschillend, daarom is het in deze tijd niet meer mogelijk dat wij worden geacht ons te ontplooien in dat wat voor de overheid belangrijk is. Want leerlingen zullen zich actiever gedragen wanneer zij de kans krijgen zich te bewijzen in vakken waarin zij interesse hebben, ze zullen zich ontplooien op een gebied waar hun talent ligt. Hierdoor zullen individuelen ontstaan die niet alleen slim zijn, maar ook passie hebben voor hun vakgebied.

Leerlingen zijn vaak niet makkelijkste, uitstelgedrag en puberteit zijn een veel voorkomende last. Leraren hebben moeite met het bijbrengen van kennis en zullen door toetsen moeten beoordelen of een leerling wel in staat is om hogerop te komen. Zonder toetsen weten we niet waar een leerling staat qua kennis, hierdoor kan zij in de latere wereld in problemen komen. Kinderen durven nog fouten te maken maar wanneer leerlingen eenmaal volwassen zijn vrezen ze fouten, hierom moeten leraren zoveel mogelijk kennis bijbrengen. Fouten kunnen wanneer men eenmaal volwassen is fataal zijn, ik moet er niet aan denken een dokter die me een verkeerde levensbedreigende diagnose opgeeft of een boekhouder die de zaak totaal verkeerd inschat.

De realiteit, leerlingen word kennis bijgebracht uit boeken. Boeken die geschreven worden speciaal voor leerlingen, maar in een wereld van technische innovaties die blijven komen moet ook het onderwijs zich ontwikkelen. Zo zullen leerlingen zich bij realistische zaken beter kunnen ontplooien, niet alleen opgaven uit boekjes zijn belangrijk. Want belangrijker nog zijn realistische zaken, waarbij persoonlijke en sociale kanten van een leerling worden getest. Als leerling en iemand die vaak reist kan ik zeggen dat wanneer ik Duits spreek op school in een klas vol met leerlingen waar ik zenuwachtig ben; slecht Duits spreek, maar wanneer ik een Duitse vakantievriend(in) heb, mezelf beter verstaanbaar kan maken. Deze actualiteit speelt een grote rol, men wordt niet geacht met Nederlanders Duits te praten maar met Duitsers. Door meer praktijkoefeningen en levensechte ervaringen zullen leerlingen zich beter kunnen ontplooien en de theorie makkelijker uitvoeren.

Een leerling zal zich pas echt ontplooien in een vak waarvoor diegene passie toont en heeft ook door levensechte zaken zullen leerlingen zich eerder ontwikkelen dan wanneer zij iets moeten leren uit een boek. Doormiddel van toetsen kunnen wij deze ontwikkelingen niet allemaal zien, daarom moet men zich ook anders bewijzen dan alleen door toetsen. Niet alleen realiteit maar actualiteit speelt een rol, schoolsystemen moeten mee veranderen met een tijd waarin we ons als mens moeten bewijzen en waarin we allemaal verschillend zijn en het belangrijk is een eigen mening te hebben. Een mens moet zich ontplooien in zijn leven, zijn passies ontwikkelen en zijn stem bijdragen.

zondag 4 oktober 2015

Klas 5, Betoog.

De leerling kiest

Het begint van het jaar, een geklaag van leerlingen, alwéér die afschuwelijke Grieks-docent. Elke leerling heeft er wel eentje, de docent van wie de lessen zó saai zijn. Daarom vind ik dat leerlingen zelf hun docent moeten kunnen kiezen, niet alleen zullen zij zich fijner voelen in de lessen maar ze zullen zich ook actief gedragen wanneer zij les krijgen van iemand wie zij interessant vinden. Ook de leraar zal hier zijn profijt uit kunnen halen, geen leerlingen die door de uitleg heen schreeuwen.

Het is logisch dat de verhouding tussen een leuke leraar en goed opletten aanwezig is. Leerlingen die bijvoorbeeld kiezen voor een naar hun mening interessante leraar, zullen de lessen ook leuker vinden en dus actiever zijn in de les, ze zullen beter opletten maar bijvoorbeeld ook sneller vragen stellen. En een actieve leerling zorgt op zijn beurt weer voor een betere prestatienorm.

Echter, kan ook de vraag worden gesteld; 'Is de school niet verantwoordelijk voor docenten die iedere leerling een leuke les kunnen geven?' De school is verantwoordelijk voor het aannemen van leraren en daarbij ook leraren die zich kunnen aanpassen aan verschillende leerlingen die verschillende middelen van de docent verwachten. De docent is verantwoordelijk voor een goede uitleg, zodat de leerling de stof kan begrijpen. Hierbij is de leerling op zijn beurt verantwoordelijk voor het opletten tijdens de uitleg, en door middel van vragen te stellen de stof te begrijpen. 

Elke klas heeft er wel een, die ene -door de docent's uitleg- schreeuwende leerling. De leerling gedraagt zich nooit actief in de les en wordt er elke week wel een keer uitgestuurd, een grote kans is dat dit ligt aan de leerling die het vak 'te makkelijk' vindt, of de leraar saai of zelfs niet wil opletten omdat de leerling de docent niet aardig vind. De docent raakt geïrriteerd van het waarschuwen of stopt zelfs met uitleggen omdat de leerling maar niet stopt met praten. De mede-leerlingen raken de dupe door deze leerling. 

Niet alleen een enthousiaste docent kan zorgen voor een actieve leerling, ook de stijl van lesgeven speelt een grote rol bij het lesgeven. Een les waarin de docent zoveel moeilijke woorden gebruikt, dat je de uitleg na vijf minuten niet meer kan volgen, zal niet zorgen voor een betere prestatienorm. Leraren zijn allemaal verschillend en geven verschillend les, de een maakt gebruik van technische middelen de ander probeert het oraal uit te leggen. Leerlingen zullen zich bij sommige manieren van lesgeven fijner voelen en actiever gedragen, ze zullen de lesstof beter begrijpen.

Uiteindelijk zal het uitkiezen van een docent zorgen voor een actievere werkopstelling, het verminderen van geklaag over leraren en het begrijpen van de stof. De leerling zal een fijnere schooltijd meemaken en hierbij ook betere prestaties leveren.